De EU zou in Oost-Azië moeten investeren om het plastic in de oceanen aan te pakken

Een cultuur van bewustwording en respect, gecombineerd met investeringen in infrastructuur en logistiek, is essentieel in een circulaire economie waar grondstoffen ingezameld worden voor hergebruik of recyclage. Vandaag bevinden de vijf landen die zich het meest bezondigen aan het achterlaten van 'plastic soep' in onze oceanen zich in Oost-Azië. Men schat dat China, Indonesië, de Filipijnen, Vietnam en Thailand alleen al verantwoordelijk zijn voor twee derden van al het plastic afval dat in onze oceanen belandt.

Geef hen de middelen en verhoog het bewustzijn

Om het 'plastic tij' te keren zou de EU Oost-Aziatische landen moeten aanmoedigen netwerken van afvalophaling op te starten of een versnelling hoger te schakelen, door hen financieel te helpen of rechtstreeks te investeren in hun infrastructuur. De EU zou deze landen ook moeten helpen hun milieueducatie te boosten, ofwel door een speciaal programma op te zetten, ofwel door het werk te steunen van organisaties die op dat front al succesvol actief zijn, zoals zij die betrokken zijn bij het Eco-School-programma van de Foundation for Environmental Education.

Investeer in ophaling en recyclage in Europa

De EU zou vervolgens aanzienlijk moeten investeren in infrastructuur voor gescheiden ophaling en recyclage in Europa. Meer afvalbakken in het straatbeeld en gescheiden ophaling zouden zorgen voor minder afval in onze openbare ruimtes. Dat zou ook de hoeveelheid materialen verhogen die gerecycleerd worden in plaats van verbrand, wat op zijn beurt de markt voor gerecycleerde materialen financieel aantrekkelijker en economisch duurzamer zou maken.

Meer en betere recyclage hier bij ons zou ook de hoeveelheid afval die nu naar Azië wordt gestuurd voor 'recyclage' verminderen, afval dat anders op die manier toch zijn weg vindt naar onze oceanen.

MEER GESCHEIDEN OPHALING = MEER RECYCLING = MEER HULPBRONNENEFFICIËNTIE
Onze circulaire economie #Blog